vrijdag 13 september 2013

BJZ en de grenzeloze jacht op kinderen

Een voorbeeld van opjagen van een gezin…

Huiselijk geweld is nooit goed te praten: niet tegen ouders, niet tegen kinderen.  Toch komen er wel eens meningsverschillen in een relatie voor die er heftig aan toe gaan…Soms komt er ook politie bij.


Zo ook in dit onderstaande geval: de politie is bij een huiselijk conflict betrokken geweest, enkele maanden later meent BJZ-Groningen (op grond van de ‘zorg melding’ van de politie, NIET op grond van enig zinnig onderzoek) dat de kinderen uit huis geplaatst moeten worden en gaat deze, buiten alle wettelijke en rechtsregels om, in Duitsland wegroven. Het ‘huiselijk geweld’ (ja alleen het conflict tussen de ouders)  is reeds lang opgelost en de ouders zijn gewoon samen…

Achteraf praten zowel de rechtbank Groningen als het Hof te Leeuwarden dit wangedrag goed… Kinderen die officieel in Duitsland wonen ‘mogen’ dus door BJZ zonder geldig rechterlijk vonnis, opgehaald worden om in NL-instellingen op te sluiten, weg van de ouders.
Ouders hebben bij een omgangsmoment het  ‘recht in eigen hand’ genomen en zijn eind 2012 gevlucht en ergens ondergedoken met hun 3 kinderen…. BJZ doet er alles aan om de kinderen terug in Nederland te krijgen, zelfs een Europees  arrestatiebevel….

De advocaat van de ouders, mr. H. Struycken, doet een beroep op het Europees Hof van Justitie en heeft mij toestemming gegeven zijn motie van grieven integraal te publiceren.  Het is een lang document geworden… maar lees en huiver… DAT is NEDERLAND: tot het uiterste worden gezinnen opgejaagd. KOSTE wat KOST moeten deze 3 kinderen hun ouders worden ontnomen ten bate van (de werkgelegenheid van) BJZ-Groningen. Alles onder het mom van ‘belang van het kind’.

KINDERRECHTEN’,

 bijvoorbeeld recht op gezinsleven?  Dat geldt alleen in het buitenland, maar niet in Nederland….


 
 De motie van grieven, met weglating van de namen van ouders en kinderen:


Gerechtshof Den Haag, sector civiel
Rolnr 200130141/01
Roldatum 24 september 2013
Rolnummer Rechtbank 424946 HA –ZA 2012-967
Memorie van Grieven, houdende vermeerdering/verandering van eis
houdende het  verzoek deze kwestie voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie
houdende de vordering tot het treffen van een spoedvoorziening de (Europese) arrestatiebevelen van de ouders in te trekken en alle pogingen de kinderen van de ouders weg te halen te staken.
Inzake:
VADER   OUDER
en
MOEDER
Beiden wonende te E., Duitsland
appellanten
Advocaat: mr. H.F.M. Struycken
Tegen
Het Openbaar lichaam De Staat der Nederlanden
Gedomicilieerd te ‘s-Gravenhage
Advocaat : mr. C.M . Bitter
Geïntimeerde sub I
En
De Privaatrechtelijke Rechtspersoon De  Stichting Bureau Jeugdzorg
Gevestigd te Groningen
Advocaat: mr P.J. Montanus
Geïntimeerde sub II


Appellanten, de ouders, zijn in beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2013 en het tussenvonnis van 4 februari 2013, rolnummer C/09/424946/HA ZA 12 - 967 tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden gewezen .
Appellanten leggen het procesdossier in eerste instantie over.
Appellanten doen zeggen voor grieven:

I.       INLEIDING
a)     Appellanten kunnen zich op geen enkele punt zich met de  vonnissen verenigen voor zover niet in het navolgende uitdrukkelijk bevestigd.
b)    Appellanten zullen hun eis wijzigen/vermeerderen. De Rechtbank heeft in haar vonnis van 4 februari en 20 maart 2013 haar oordeel ten onrechte beperkt tot het fungeren van Bureau Jeugdzorg en de Raad en heeft bij voorbaat de grondslag van de vordering verlaten en het toetsingskader beperkt.  De Staat is een en ondeelbaar. Appellanten hebben tot onderwerp van hun vordering het onrechtmatig weghalen van de kinderen uit Duitsland van hun ouders vandaan en het onrechtmatig handelen van meerdere staatsorganen naast de Raad voor de Kinderbescherming,  (leden van ) de rechterlijke macht, en het openbaar ministerie aan de orde gesteld.
c)     Appellanten stellen zich op het standpunt, dat de aan de orde zijnde rechtsvragen in deze internationale kwestie dienen te worden voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie, omdat het Unieverdrag, en verschillende Unie verordeningen het HKOV en de uitleg daarvan voorwerp zijn van discussie.  De rechtbank weigert in navolging van alle andere rechters een oordeel te geven over de rechtmatigheid van het weghalen van de kinderen in Duitsland en het brengen van de kinderen in de Nederlandse  rechtssfeer zoals dat in de periode vanaf 23 december tot 28 december 2011 is geschied. Het standpunt van appellanten is dat de rechtsweigering zich met betrekking tot kwestie uit te spreken onhoudbaar is in het kader van de uitvoering van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) en daaraan gerelateerde Unie-verordeningen alsmede het Handvest van de Grondrechten in de Europese Unie en het EVRM. De rechtbank miskent ten onrechte dat de uitvoering van de verdragsverplichtingen uit hoofde van het HKOV boven de tenuitvoerlegging gaat van kinderbeschermingsmaatregelen van de  Groningse rechter met betrekking tot in Duitsland wonende kinderen en de strafvorderlijke maatregelen.
d)    Het onderwerp van het geschil betreft derhalve in deze zaak van internationale Kinderontvoering ook het niet naar behoren functioneren van de rechterlijke macht zelve, en het ontbreken van adequate toetsingsmogelijkheid  door een onafhankelijke  en eerlijke rechter binnen een redelijke termijn na de inbreuk op de mensenrechten en het daardoor ernstig tekort schieten van de rechtsbescherming.
e)     De uithuisplaatsing van de kinderen  van  OUDERS heeft plaatsgevonden op 23 december 2011. De ouders hebben de kinderen op 28 september 2012 mee teruggenomen naar Duitsland. De ouders, die in Duitsland wonen staan nog steeds gesignaleerd in Duitsland in verband met de op 28 september 2012 door officier van justitie Severs uitgevaardigde Europese Aanhoudingsbevelen tot overdracht aan de Nederlandse autoriteiten. Rechtbank en Hof hebben de gevraagde spoedvoorziening deze bevelen in te trekken ten onrechte afgewezen. Ten onrechte heeft de rechtbank op 20 maart 2013  de vordering tot intrekking van de niet legitieme Europese aanhoudingsbevelen afgewezen.
f)      De Staat heeft eind augustus 2013 opnieuw uitdrukkelijk geweigerd de Europese opsporingsbevelen in te trekken waartoe zij was gemaand. Dit aanmanen was met het doel in elk geval de kinderen de gelegenheid te geven in Duitsland naar school te gaan en het gewone leven weer op te vatten.
g)     Op 27 juni 2013 heeft het gerechtshof Leeuwarden de machtiging uithuisplaatsing en de ondertoezichtstelling verlengd tot 23 februari 2014. Het gerechtshof baseert zich ten aanzien van haar bevoegdheid op dezelfde gronden als haar uitspraak van 1 maart 2012 namelijk : dat de kinderen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben behouden.
h)    De kinderen waren toen zij werden weggehaald in december 2011 kerngezond, vrolijk en goed verzorgd. Er was niets bedreigends voor hen. Er is geen enkel feit, die er op zou kunnen duiden, dat de kinderen in hun ontwikkeling bij de ouders zouden zijn of zouden worden geschaad. Er is opvang buiten het gezin ook in Duitsland bij een goed eigen netwerk en een vertrouwde omgeving onder meer bij grootmoeder. Nadat op 28 september 2012 de kinderen door de ouders weer naar Duitsland zijn meegenomen worden ze weer goed verzorgd en met veel liefde en aandacht bejegend. Het ontbreekt de kinderen in de gegeven omstandigheden niets en de beperkingen in hun ontwikkeling en gevaren, die hen bedreigen , zijn voor de volle honderd procent toe te rekenen aan geïntimeerden.
i)       Uithuisplaatsing van kinderen is een  ingreep in het gezin met grote gevolgen en  zeer schadelijke gevolgen. Het dient het uiterste middel te zijn op basis van een zorgvuldige afweging van de belangen en zo kort mogelijk te duren. Het gaat hier om ernstige inbreuken op de mensenrechten (5 en 8 EVRM en 6 en 7 en 33 van het Handvest) en op geen enkele wijze is er sprake geweest van enige zorgvuldigheid bij geïntimeerden bij de voorbereiding, het uitspreken en de uitvoering van getroffen  maatregelen en handelingen noch heeft  afweging van de belangen van de kinderen plaatsgevonden noch is er sprake van een juiste en eerlijke toepassing van het recht noch van toetsing door een onafhankelijke rechter binnen een redelijke termijn.(schending art 6 EVRM en art 47 van het Handvest, art 7 EVRM en art 13 EVRM en art 24 van het handvest)

 II.     FEITEN en Grieven
A.Algemeen
a)     Verzoekers zijn vader en moeder van KIND 1, KIND 2 en KIND3 de OUDER, geboren respectievelijk op  maart 2007,  maart 2008 en  oktober 2009. Verder te noemen de kinderen.
b)    Reden, waarom de Raad en Bureau Jeugdzorg  zich met het gezin zijn gaan bemoeien is dat de ouders in 2010 en 2011 ruzie  met elkaar hadden en daarbij de politie hebben  betrokken. Enig bewijs van de wederzijdse aantijgingen van mishandelingen en bedreigingen in de vorm van getuigenverklaring of een medische verklaring  is nooit  geproduceerd. De politie heeft zelfstandig geen onderzoek gedaan. Op basis van een verhaal van vader heeft de politie maanden later uit het niets moeder een huisverbod van een week opgelegd. De politie heeft een “zorgmelding” gedaan.
c)     Jeugdzorg (Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg) komt dan in actie met één doel : de kinderen weghalen. Er wordt niet onderzocht op grond van feiten of er nog conflicten zijn, wat de aard en de oorzaak is van de conflicten of de kinderen lijden of geleden hebben onder de ruzie tussen de ouders. De kinderen wisten niets van de spanningen tussen de ouders en hadden er ook geen hinder van ondervonden. De ouders hadden  hun onderlinge problemen zelf opgelost. Dat is door de gedragsdeskundige in februari 2012 bevestigd. De ouders zijn ook bij elkaar gebleven. Jeugdzorg heeft in oktober 2011 medegedeeld, dat zij een verzoekschrift tot ondertoezichtstelling zou gaan indienen. De ouders waren het daarmee fundamenteel niet eens en waren in afwachting van een oproeping om te verschijnen bij de rechtbank.
d)    Begin november 2011 is het gezin naar Duitsland verhuisd en op 23 November 2011 uitgeschreven uit Stadskanaal . Dit laatste hing samen met het feit dat de benodigde paspoorten moesten worden aangevraagd en verlengd. Op 23 november 2011 hebben klagers een huurovereenkomst afgesloten voor de duur van minimaal 2 jaar en hebben zich ingeschreven in ADRES te E (Duitsland) en uitgeschreven uit ADRES te S. (Nld). Vanaf 23 november 2011 zijn betrokkenen belastingplichtig in Duitsland en ontvangen in Duitsland kinderbijslag. Vanaf begin november 2011 zijn ze ook voor ziektekosten verzekerd in Duitsland. Op 5 december 2011 zijn aan ouders en kinderen persoonsnummers toegekend.
e)     Op 31 juli 2012 verklaart de Centrale Autoriteit, dat de ouders het onbeperkte gezag hadden over de kinderen, toen zij in november 2011 naar Duitsland verhuisden . Er was geen aantekening in het gezagsregister opgenomen.
f)      Naar aanleiding van het bericht van uitschrijving uit Stadskanaal heeft  de Raad voor de Kinderbescherming  op 24 november 2011 een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing ingediend bij de rechtbank. Op 25 november 2011 gevolgd door een verzoek tot spoedmachtiging tot uithuisplaatsing en voorlopige ondertoezichtstelling. De verzoekschriften en oproepingen zijn niet naar de ouders gestuurd.
g)     De grond voor het verzoek tot de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing was: de verhuizing naar Duitsland. Die grond is in strijd met de beginselen van vrij verkeer van goederen en personen, die in het Unieverdrag zijn vastgelegd.
h)    De verzoeken van de Raad zijn strijdig met het officiële bekend gemaakte beleid van het ministerie. Verwezen wordt naar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/32373/kst-31839-10.html ) Kamerstuk 31839/10 reactie minister in deel II, met betrekking over vluchten voor jeugdzorg naar het buitenland, waarin minister Rouvoet stelt dat Bureau Jeugdzorg de zorg naar zijn evenknie in het buitenland hoort over te dragen als het gezin legitiem verhuisd is. Hij zegt: het is “een recht van de burger om te verhuizen naar het buitenland, ook wanneer er een raadsonderzoek loopt of er sprake is van een ondertoezichtstelling”.

A.   De Beschikking van 25 november 2011
a)     Op 25 november 2011 heeft bij beschikking met nr. 130541/JE RK 11-909 de kinderrechter (mr. L.C. Bosch) te Groningen de kinderen voorlopig onder toezicht gesteld voor de periode van 3 maanden en bij spoedmachtiging uit huis geplaatst voor de periode van 4 weken. Zonder oproeping en horen van de ouders. De rechter stelt daarbij vast, dat de ouders zijn geëmigreerd naar Duitsland.(bevestigd door het arrest van 29 augustus 2012 van het gerechtshof Den Haag beschikking LJN:BX 8436, nr.200.110.550/01) De rechter had geen bevoegdheid deze beschikking te nemen. De beschikking is derhalve nietig. Een nietige beschikking kan nooit in kracht van gewijsde gaan en onaantastbaar zijn, zoals ten onrechte door de rechtbank in haar vonnis van 20 maart wordt gesteld.
b)    Dit soort verzoeken van de Raad van de kinderbescherming tot spoeduithuisplaatsing wordt automatisch door de rechter, in dit geval zonder bevoegdheidsonderzoek (i.s.m. art 17 Brussel II Bis, art 5 en 279 lid 1 Rv ) zonder onderzoek naar de feiten, zonder toetsing aan de wet en zonder het oproepen en het horen van de ouders ingewilligd. Dit terwijl dit soort beschikkingen er toe leidt, dat kinderen direct met politiegeweld uit hun ouderlijke omgeving worden weggerukt. Een ernstige schending van de mensenrechten. (art 5 en 8 EVRM art 6 en 7 van het Handvest) Dat is de praktijk en dat weten de kinderrechters. De rechter wist dat zij/hij onbevoegd was en ook de Raad voor de Kinderbescherming heeft willens en wetens dat de rechter onbevoegd was, de verzoeken in strijd met het hierboven genoemd beleid en de wet ingediend. De Raad heeft het verzoekschrift tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog geantedateerd (22 november 2011). Ook wisten de Raad en de rechter dat er geen enkele directe bedreiging voor de kinderen bestond, die rechtvaardigde met spoed de kinderen van hun ouders weg te halen. Een verhuizing naar Duitsland is geen feitelijk bedreiging voor de kinderen. De beschikking zelve is uiterst onzorgvuldig genomen. Er was geen spoedeisende reden de ouders niet op te roepen voor een verhoor.
c)     Het standpunt van appellanten is dat zowel de rechter als de Raad onrechtmatig hebben gehandeld in de wetenschap dat de verstrekte bevoegdheid tot uithuisplaatsing gebruikt zou worden om kinderen, als ze in Nederland verbleven, te ontvoeren.  Ook de bij de tenuitvoerlegging betrokken functionarissen  en Bureau Jeugdzorg wisten dat zij tot tenuitvoerlegging overgingen van een beschikking, die onrechtmatig was.

B.   De politie inval bij grootmoeder op 25 november 2011
a)     Op diezelfde dag wordt grootmoeder gealarmeerd door buurtgenoten, die haar vertellen dat de straat volstaat met politieauto's. De politie is bezig de voordeur met een ram te bewerken. Als zij thuis is gekomen komt de politie weer langs met medewerkers van Jeugdzorg . Volgens de politie heeft zij  van de officier van justitie mondelinge toestemming haar huis binnen te breken om de kinderen weg te halen. De spoedmachtiging van 25 november 2011 bleek later op tafel te zijn gelegd.
b)    Dit politie optreden met toestemming van de officier justitie (de Vries) is niet anders dan als onrechtmatig en als misbruik van bevoegdheid aan te merken. Dit optreden had duidelijk het oogmerk kinderen te ontvoeren. Herhaaldelijk is ook door Jeugdzorg aangegeven, dat de kinderen bij grootmoeder volledig veilig waren. De beginselen legaliteit en van noodzaak en subsidiariteit en zorgvuldigheid bij het gebruik van de geweldsmonopolie zijn door het openbaar ministerie, de Raad en Bureau Jeugdzorg zijn geschonden. Er heeft op geen enkele wijze een belangenafweging plaats gehad tussen betrokken belangen  van de kinderen, de impact die een dergelijk politiegeweld heeft op de betrokkenen en het “gevaar” die de kinderen bij grootmoeder en/of de ouders liepen. (schending art 24 en 52 van het Handvest, Strijd met de grondwet art 10 en 12 etc.)
c)     De beschikking was noch aan grootmoeder noch aan de ouders betekend, zoals vereist in  430 lid 3 Rv. Politieoptreden is eerst geoorloofd na betekening en nadat gebleken is dat betrokkenen niet in der minne bereid zijn mede te werken aan het uitvoeren van de beschikking. Ten onrechte weigert de rechtbank in haar vonnis het het optreden van justitie en Bureau Jeugdzorg  als onrechtmatig aan te merken en daaraan consequenties te verbinden. Dat is rechtsweigering. Schending Art 23 Rv. (zie art 10 en 12  grondwet)
d)    De beschikking van 25 november 2011 is ingevolge art 800 lid 3 Rv bij gebreke aan een rechtsgeldige bekendmaking ( geen betekening ex art 430 lid 3/28 Brussel II Bis)  en oproeping van de ouders (art 4-12EBetV) en het niet verschijnen van hen na 14 dagen van rechtswege komen te vervallen en had dus ook niet kunnen worden bevestigd en verlengd.

C.   De beschikking van 14 december 2011
a)     In de beschikking, die op de tafel was achter gelaten,  staat een datum, waarop de ouders door de rechter zouden worden gehoord naar aanleiding van de spoedmachtiging .(800 lid 3 Rv.) Grootmoeder  stuurt naar de zitting van 7 december 2011 een advocaat, die de rechter informeert over de politie-inval, er op wijst, dat er geen verzoekschrift naar de ouders is gestuurd, de ouders niet zijn opgeroepen en dat de rechter niet bevoegd was in verband met het feit dat de kinderen hun vast woon-en verblijfplaats in Duitsland hadden. De ouders verschijnen niet.
b)    Op 6 december 2011 heeft de  officier van justitie  op (valse) aangifte van de Raad en Bureau Jeugdzorg arrestatiebevelen wegens kinderontvoering uitgevaardigd. Ook dat is onrechtmatig en misbruik van bevoegdheid. De officier van justitie mag alleen arrestatie bevelen uitvaardigen, indien er sprake is van redelijke verdenking dat de ouders een ernstig strafbaar feit hebben begaan, de ouders woonden op een bekende woon en verblijfplaats in Duitsland. Die verdenking was er absoluut niet en ook al zou die er wel geweest zijn dan zou aanhouding van de ouders  volstrekt disproportioneel en misbruik van bevoegdheid opleveren zeker in het kader van de impact die de arrestatie van de ouders op de kinderen zou hebben en het volkomen ontbreken van enig gevaar, waarin de kinderen In Duitsland verkeerden. Daarnaast is het op deze wijze belemmeren de ouders om voor hun belangen en die voor de kinderen bij de rechter op te komen niet anders aan te merken dan een grove aantasting van de grondrechten van het procesrecht.(art 6 EVRM en 47 van Het Handvest) Het was de bedoeling van Bureau jeugdzorg en Justitie om de ouders te arresteren om hen onder druk te zetten de kinderen af te geven aan Bureau jeugdzorg. Ook aan dit arrestatiebevel en de impact die dat heeft, gaat de rechtbank ongemotiveerd  en volkomen ten onrechte aan voorbij. Er is geen sprake van een eerlijk proces geweest als bedoeld in art 47 van het handvest en art 6 van Het EVRM. Moeder is ook niet bij haar werkgever verschenen op een afspraak, die door BJZ was gearrangeerd op 6 december 2011 in verband met de gerechtvaardigde vrees voor aanhouding.
c)     De rechtbank stelt dat ouders al strafbaar zijn aan een strafbaar feit, omdat op 25 november 2011 de machtiging tot uithuisplaatsing was uitgesproken. Men kan alleen een strafbaar feit plegen, indien de strafbaarheid van de feiten openbaar is gemaakt. Indien men wetenschap heeft of kan hebben dat men een strafbaar feit pleegt.  De beschikking, waarin alleen een bevoegdheid tot het uithuisplaatsen aan Bureau Jeugdzorg wordt toegekend, kan nooit betekenen dat ouders om wie het gaat, reeds door de beschikking zelve zonder bekendmaking en tenuitvoerlegging, een strafbaar feit kunnen plegen door hun kinderen te blijven verzorgen. Verwezen wordt naar onder meer artikel 1 wet boek van strafrecht (het legaliteitsbeginsel) art 49 van het handvest, artikel 3:40 Awb (de constitutieve werking van de bekendmaking)  en art 7 EVRM en art 5 lid 1 R.O. Nu het betreft een privaatrechtelijke rechtspersoon, die de bevoegdheid heeft tot uithuisplaatsing over te gaan , is art 430 lid 3 Rv de wijze van bekendmaking van een bij verstek gewezen beschikking. Bekendmaking op de door de wet voorgeschreven wijze heeft nimmer plaats gehad. Een beschikking die niet bekend is gemaakt aan betrokkene mag en kan geen rechtsgevolgen hebben. Ten onrechte schendt de rechtbank in haar vonnis van 20 maart 2012 deze grondregel in de rechtstaat en legitimeert daarmee onrechtmatig overheidsoptreden.(schending van art 16 van de grondwet)
d)    Dit soort optreden van Justitie komt vaak voor  en  berust op afspraken, die er zijn gemaakt door de rechterlijke macht ,openbaar ministerie , de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau jeugdzorg. De kinderrechter ziet dit optreden van Justitie altijd door de vingers. Dat is volstrekt onacceptabel. Het lijkt evident dat het Europese Hof van Justitie zich over dit overheidsoptreden en afspraken, die er zijn tussen rechters, Raad voor de Kinderbescherming , Bureau Jeugdzorg en de officier van Justitie over te nemen beslissingen, zou moeten buigen in het kader van een beoordeling over een eerlijk procesvoering (art 47 van het Handvest) en bejegening met dwangmiddelen van burgers (kinderen) door de overheid in relatie tot de ernstige inbreuken op het EVRM en het Handvest van de grondrechten.
e)     Op 14 december 2011 spreekt de kinderrechter (mr. K.R. Bosker) de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing uit (beschikking nr. 130516/JE RK 11-907) voor de duur van 1 maand met ingang van 25 februari 2012. Daarnaast bekrachtigt zij de beschikking van 25 november 2011 (nr. 130541/JE RK 11-909) zonder de bevoegdheid te toetsen en evenmin of op grond van de feiten er gronden voor een uithuisplaatsing en een ondertoezichtstelling ingevolge de wet bestaan. (1:254, 255, 261 BW)
f)      In strijd met art 277 en art 279 Rv zijn door de rechtbank ook voor de behandeling van het verzoekschrift van 24 november 2011 de ouders niet opgeroepen voor de zitting en het inleidend verzoekschrift is hen niet toegestuurd. Ze zijn niet in gelegenheid gesteld te worden gehoord. Ten onrechte gaat de rechtbank aan al deze elementaire vereisten voorbij.
g)     In de beschikking van 14 december 2011 stelt de rechter vast, dat de kinderen een vaste en bekende woon- en verblijfplaats hebben in Duitsland. (Dit wordt bevestigd door de uitspraak van het Gerechtshof van 29 augustus 2012 beschikking LJN:BX 8436, nr.200.110.550/01). Derhalve was de rechter op grond van  art 8 Brussel II bis, art 5 Rv en art 265 Rv niet bevoegd. Ook deze beschikking is nietig en onrechtmatig. De beschikking is ook geen executoriale titel nu het niet in het hoofd voert de woorden “in Naam der Koningin” zoals wettelijk vereist in art 430 lid 2 Rv.

D.   De voorbereiding en bekendmaking van de machtiging uithuisplaatsing alsmede 430 lid 3 en de uitoefening van politiedwang (812 RV).
a)     Volgens de rechtbank in haar vonnis van 20 maart 2012 heeft een beschikking machtiging uithuisplaatsing rechtskracht  vanaf het moment, dat de beschikking is uitgesproken. De Rechtbank stelt dat vanaf de uitspraak Bureau Jeugdzorg het recht heeft, zonder bekendmaking, kinderen van hun ouders weg te halen. De ouders hebben volgens de rechtbank  vanaf de uitspraak geen gezag meer over de kinderen. Bekendmaking op de door de wet voorgeschreven wijze aan betrokkenen alvorens de kinderen weg te halen is volgens de rechtbank niet nodig. Deze volstrekt ongemotiveerde stelling van de rechtbank steunt niet op het recht.  Is in strijd met de grondwet. Rechten en plichten met betrekking tot de eigen kinderen van ouders afnemen op basis van een niet bekend gemaakte beschikking houdt het einde in van de rechtstaat.
b)    In de beschikking van 14 december 2011 wordt de machtiging uithuisplaatsing uitgesproken vanaf 25 februari 2012. Ten onrechte gaat de rechtbank er aan voorbij dat er zeker geen machtiging tot uithuisplaatsing bestond tot 25 februari 2012.
c)     De rechtbank creëert in strijd met de beginselen van de rechtstaat en de grondwet buiten de wet een beschikkingssoort en baseert daarop ten onrechte een “recht” voor de Stichting om inbreuk te maken op art 5 en 8 , van het EVRM en 6 en 7 van het Handvest.
d)    De rechtbank stelt dat door de beschikking machtiging uithuisplaatsing vanaf het moment van de uitspraak de Stichting “het recht” geeft kinderen weg te halen uit hun ouderlijke omgeving. In feite is de rechtsbescherming van ouders en kinderen nog minder dan waar het zou gaan om goederen. De aanspraak op goederen kan niet worden gerealiseerd zonder betekening ex 430 lid 3 Rv van een vonnis tot afgifte.
e)     De rechtbank miskent de aard van de beschikking al was het maar door in dit verband te spreken van een “recht”. Het gaat hier om het delegeren van de bevoegdheid van de Staat om onder in de wet omschreven omstandigheden en na zorgvuldige afweging van de betrokken belangen en voorop stellen van de belangen van de kinderen, inbreuk te maken op de mensenrechten art 5 en 8 EVRM en art 6,7, 52 van het Handvest. Op verzoek van de Staat wordt die bevoegdheid toebedeeld aan een privaatrechtelijke organisatie.
f)      Het is ook ongerijmd, dat de rechtbank de Staat , zonder enige motivatie, ook niet meer aansprakelijk houdt voor de wijze, waarop die onderaannemer, de Privaatrechtelijke organisatie Stichting Bureau Jeugdzorg, die in principe aan de Staat toekomende bevoegdheid vervolgens invult.  Bureau Jeugdzorg oefent deze bevoegdheid uit onder toezicht van de Staat  en de Staat blijft hoofdelijk aansprakelijk .
g)     De legitimiteit van de bekendmaking en de reële executie van beschikkingen door de Stichting Bureau jeugdzorg dienen te worden beoordeeld aan de hand van de dwingendrechtelijk privaatrechtelijke bepalingen in het wetboek van rechtsvordering alsmede de vigerende regelgeving in de Europese Unie en verdragsbepalingen.
h)    In het Nederlandse rechtstelsel ontbreekt een elementaire vorm van rechtsbescherming van de burgers bij een inbreuk door de overheid op de mensenrechten in kinderzaken.  Wanneer door de Stichting uitvoering wordt gegeven aan de bevoegdheid en kinderen uit hun ouderlijke omgeving zijn weggehaald dient er, net zo zeer als dat in het strafrecht geldt bij de voorlopige hechtenis, binnen enkele dagen een toets plaats te vinden door een onafhankelijke rechter op basis van de feiten van de rechtmatigheid van het gebruikmaken van de bevoegdheid. Die voorziening bestaat niet en gezien de verregaande onzorgvuldigheid, waarmee de rechter de bevoegdheid toekent aan Bureau Jeugdzorg/de Raad uit huis te plaatsen is dit manco des te schrijnender. (EHRM 29 november 1988, Nj 1989, 815 (Brogan), § 52 en 53). Schending art 5 lid 3 EVRM ).
i)       De kinderrechter oordeelt de machtiging uithuisplaatsing slechts “marginaal”. Niet op basis van de feiten, maar alleen aan de hand van het gestelde in de rapporten van Bureau Jeugdzorg en de Raad of een machtiging kan worden verleend. Of de uithuisplaatsing zelve en de verlenging daarvan is geschied op wettelijke gronden en aan de hand van de criteria van de beginselen van behoorlijk bestuur, wordt niet door de rechter getoetst. De wettelijke toetsingscriteria worden veranderd.
Beëindiging van de uithuisplaatsing kan alleen of volgens de gedachten van Bureau jeugdzorg en de Raad de veiligheid voor de kinderen bij terugkeer voldoende is gegarandeerd, zonder dat onafhankelijk onderzoek is gedaan of de veiligheid van de kinderen ooit in het geding is geweest en zonder onderzoek naar de feiten. (in strijd met art 41 en art 47 van het Handvest). Op hetgeen de ouders inbrengen wordt geen acht geslagen. De bewijslast dat er gronden voor een uithuisplaatsing zijn, behoort te liggen bij Bureau jeugdzorg en de Raad. Die gronden moeten gedurende de tijd van uithuisplaatsing aanwezig blijven. Dat bewijsbeginsel wordt structureel niet toegepast in het kinderrecht. De praktijk is dat het  Bureau Jeugdzorg en de Raad is die de rechter de wet voorschrijft en bepaalt of de uithuisplaatsing voortduurt en wanneer het ophoudt.
j)       De rechtsbescherming in kinderzaken schiet fundamenteel tekort. Ook dit is een rechtsvraag die aan het Europese hof dient te worden voorgelegd uit hoofde van schending van art 24 en art 47 van het handvest en rechtsweigering 13 EVRM. Ten onrechte gaat de rechtbank aan dit feit voorbij.
k)    De rechtbank stelt dat wegens de onmiddellijke werking die zij de beschikking vanaf de uitspraak toekent 430 lid 3 Rv. en derhalve ook  430. Lid 2 niet van toepassing is en dat dus ook art 812 Rv toestaat, dat politiedwang wordt toegepast zonder dat betekening heeft plaats gevonden. Ook dit standpunt vindt geen steun in het recht. Uit wetsgeschiedenis blijkt dat 812 Rv alleen is ingevoerd om niet telkenmale in kinderrechtbeschikkingen de strofe op te nemen “met machtiging aan ,desnodig ,met behulp van de sterke arm etc. op te nemen’. Nergens blijkt dat aan 812 Rv derogerende werking mag worden toegekend met betrekking tot de betekeningverplichting (bekendmaking) van art 430 lid 3 Rv. Geen van de (verlengings)beschikkingen is ooit betekend aan de ouders in Duitsland en al deze beschikkingen zijn derhalve onrechtmatig tenuitvoergelegd.
l)       Politieassistentie mag alleen worden ingezet, nadat is betekend en indien politie-ingrijpen noodzakelijk ! is. Na betekening moeten de betrokkenen in de gelegenheid gesteld worden eerst vrijwillig tot de uitvoering van de beschikking over te gaan alvorens er gebruik mag worden gemaakt van het uiterst middel namelijk: overheidsgeweld. Dat niet onnodig politieassistentie wordt ingezet geldt nog meer waar het gaat om kinderen vanwege de impact die politiegeweld op kinderen heeft.
m)  De Rechtbank weigert ten onrechte en in strijd met de grondwet de legitimiteit van het inzetten van politiedwang te beoordelen.
n)    Arrestatie bevelen (art 54 Sr e.v.) ter aanhouding buiten heterdaad mogen niet proactief worden uitgevaardigd en geen ander doel hebben dan opsporing van personen die verdachte zijn van het plegen van een ernstig strafbaar feit (Hr 19 oktober 1976 Nj 1978,53). Ook is huiszoeking en het betreden van de woning gebonden aan strikte wettelijke regels en zonder rechterlijke controle een onaanvaardbare inbreuk op art 8. (Zie EHRM 25 februari 1993 ECHR series A vol.256-A par 80n 96 Funke .Zie Boek 1 titel IV Sv.) De rechtbank gaat hieraan ten onrechte volledig voorbij.
o)    Deze elementaire grondregels die ertoe dienen de burgers (kinderen) te beschermen  tegen willekeurig dwangoptreden van de overheid en met name ook de elementaire regel, dat er op korte termijn een toetsing door een onafhankelijke rechter van het gebruik van bevoegdheden en politiegeweld, plaatsvindt worden structureel niet nageleefd bij uithuisplaatsing van kinderen.
p)    De rechtbank gaat er ten onrechte ook aan voorbij dat het gerechtshof Den Haag bij beschikking van 29 augustus 2012  beschikking LJN:BX 8436, nr.200.110.550/01 heeft vastgesteld, dat de kinderen in november 2011 wel verhuisd zijn naar Duitsland en dat derhalve ook op het tijdstip van het nemen van de beschikking namelijk op 14 december 2011 de kinderen hun vaste woon- en verblijfplaats hadden in Duitsland. Volgens Brussel II Bis en de Duitse wetgeving kan het gezag van de in Duitsland wonende ouders niet worden beperkt door het uitspreken door een Groningse rechter van een machtiging uithuisplaatsing ten behoeve van  de Stichting jeugdzorg Groningen. Uiteraard is dit een rechtsvraag voor te leggen aan het Europese hof van Justitie. Betekening ex art 28 Brussel II Bis en erkenning door de Duitse rechter van een Nederlandse uitspraak ingevolge Brussel II Bis en de Duitse wet is toch het minste dat aan de tenuitvoerlegging van de machtiging vooraf dient te gaan. Daaraan gaat de rechtbank volledig voorbij.
q)     De beschikking van 14 december 2011 noch de tenuitvoerlegging daarvan op 23 december 2011 heeft het gezag van de in Duitsland wonende ouders rechtens beperkt en ook niet kunnen beperken. Jeugdzorg had geen enkel recht en /of bevoegdheid de kinderen De OUDER uit Duitsland te halen noch hier in Nederland de beschikking ten uitvoer te leggen met betrekking tot kinderen die op haar verzoek gedwongen en zonder bevel van de Duitse rechter de grens zijn overgezet.

E.    Voorbereidingshandelingen voor het wegvoeren van de kinderen uit Duitsland
a)     Jeugdzorg is vanaf 24 november 2011 in weer om de kinderen onder zich te krijgen en de kinderen uit Duitsland weg te voeren. Het Jugendambt wordt bewerkt met verhalen, die de ernst van situatie moeten bewijzen. Uit gespreksnotities tussen onder meer Bureau Jeugdzorg en officier van Justitie mr A. de Vries blijkt dat het de bedoeling de ouders wegens verdenking van kinderontvoering aan te laten houden, zodat het Jugendambt de kinderen kan overdragen aan Jeugdzorg. De officier van justitie zet het Bureau jeugdzorg ertoe aan (valse) aangifte wegens kinderontvoering door de ouders in Duitsland te doen.  Het Jugendamt stelt zelf geen aanwijzingen te hebben dat er zorgen zijn in het gezin en stelt niet bevoegd te zijn tot ingrijpen. Het Jugendambt en de Duitse politie berichten medewerking te verlenen als ze het fiat krijgen van de Duitse rechter Arlinghaus.
b)    Jeugdzorg (mevr. Klooster en de heer Luijtelaar)neemt dan contact op met kinderrechter mr. D. Flinterman om het wegvoeren van de kinderen uit Duitsland te regelen met mr Arlinghaus. Na een telefoongesprek op 23 december 2011 tussen haar en mr Arlinghaus, waarbij zij zegt uitleg te hebben gegeven aan de beschikking van 14 december 2011,  deelt mr Arlinghaus de medewerkers Swalik en Wöste van het Jugendambt mede, dat zij zonder rechterlijke machtiging op grond van art 42 Social Gezetsbuch de kinderen mogen weghalen en op transport mogen stellen naar Nederland.
c)     Mevrouw Flinterman neemt ook contact op met de Liaisonrechter in Den Haag. Deze rechtbank, net als alle andere rechters, wist dus, toen zij over de teruggeleiding moest oordelen, van de betrokkenheid van hun collega bij  kinderontvoering uit Duitsland.
d)    De Officier van Justitie de Vries vaardigt in verband met de operatie , opnieuw onrechtmatig, Europese Arrestatiebevelen uit, die na de komst van de kinderen in Nederland weer worden ingetrokken.
e)     Ten onrechte gaat de rechtbank voorbij aan de onrechtmatigheid van deze voorbereidingshandelingen voor de kinderontvoering en met name aan de vragen die de betrokkenheid van de genoemde rechters  ten aanzien van de onafhankelijkheid en eerlijkheid van de rechterlijke macht opwerpt in de latere beoordelingen door de rechters van de zaak van de kinderen de OUDER. (Art 47 van het Handvest, art 6 Evrm)

F.    De “Inobhutname” (PRODUCTIE A)
a)     Op 23 december 2011 waren de meisjes, 2,3 en 4 jaar, met hun ouders op bezoek bij Nederlandse buren, die ook kinderen hebben en met wie ze al jaren bevriend zijn. Medewerkers van het Jugendambt en politie dringen het huis binnen. Er wordt een “Inobhutname”, een niet ondertekend schrijven, uitgereikt. Op de plaats waar ingevolge art 42 SGB een omschrijving zou moeten staan van feiten, die van levensbedreigende aard voor de kinderen zijn, staat: “ das ein Beschluss des Gerichtes in Groningen vorliegt”.
b)    Er wordt medegedeeld dat de ouders binnen 24 uur  voor de Duitse rechter zullen verschijnen, die het weghalen beoordelen zal. Dit verhoor binnen 24 uur bij de Duitse rechter en toetsing is volgens de Duitse wet op straffe van verval van de uithuisplaatsing verplicht.  Deze zitting bij de Duitse rechter heeft nooit plaatsgevonden. De “Inobhutname” was derhalve rechtens vervallen.
c)     Voorts dient er sprake te zijn van een levensbedreigende situatie voor de kinderen en dat moet blijken uit eigen onderzoek van het Jugendambt. Ook daarvan is geen sprake. De “Inobhutname” was derhalve onrechtmatig.
d)    “Ein Besluss des Gerichtes” is  de toen niet aan ouders bekend gemaakte beschikking van 14 december 2011 van mr Bosker.
e)     De kinderen worden naar een kindertehuis gebracht en op 27 december 2011 bij de Nederlandse grens overgedragen aan Jeugdzorg, die hen op geheime adressen in Groningen onderbrengt.
f)      Het enige contact dat tussen ouders en kinderen na ruim een maand werd toegestaan, was een begeleid bezoek van  1 uur in de 14 dagen, dat 3 maanden door Jeugdzorg onderbroken is geweest. Onderzoek naar de gezondheid van en het horen van de kinderen  door een gedragsdeskundige is door Bureau jeugdzorg, rechtbank en gerechtshof i.s.m. art 12  IVRK geweigerd.
g)    De “Inobhutname” van 23 december 2011 is op zich zelf onrechtmatig en is een illegale tenuitvoerlegging van een onbevoegd genomen en onrechtmatige beschikking van de Groningse rechtbank van 14 december 2011 (o.a. strijd met art 430 lid 3 Rv; art 3:40 Awb; art 28 , art 23, art 32 , art 33, art 37, 39 Brussel II Bis; art 6 EVRM,art 47 van het Handvest).
h)    Ten onrechte miskent de rechtbank dat de “Inobhutname” de tenuitvoerlegging is van de beschikking van 14 december 2011. Er is geen andere grond vermeld in de “Inobhutname” dan die beschikking.
i)       Ook passeert de rechtbank ten onrechte het dien aangaande uitdrukkelijk gedane bewijsaanbod van de ouders. De rechtbank passeert niet alleen het bewijsaanbod van de ouders, maar gaat er ten onrechte aan voorbij dat de bewijslast dat de kinderen wel rechtmatig uit Duitsland zijn weggevoerd ligt bij de Staat en Bureau Jeugdzorg. Vaststaat immers dat de kinderen , zonder Duits rechterlijke bevel op grond van de teruggeleidingsprocedure in strijd met het HKOV de grens zijn overgezet.
j)       Ook miskent de rechtbank dat de “Inobhutname” alleen maar het gevolg is van de inspanningen en van een valse voorstelling van zaken en misleiding door Bureau Jeugdzorg omtrent de gevaren die kinderen liepen en de druk die op verzoek van Bureau jeugdzorg door de officier van Justitie de Vries en rechter Flinterman op de Duitse autoriteiten, onder meer op rechter Arlinghaus,  werd uitgeoefend. Er is geen enkele aanwijzing dat zonder die bemoeienis van Jeugdzorg en rechter Flinterman en de officier van justitie er tot de “Inobhutname” zou zijn overgegaan.
k)    Uit alles blijkt dat de rechtbank partijdig, niet eerlijk en niet onafhankelijk geoordeeld heeft zoals conform art 47 van het handvest en art 6 EVRM vereist. Het in deze omstandigheden niet toerekenen aan Bureau Jeugdzorg van het weghalen van de kinderen uit Duitsland, omdat het eventuele onrechtmatig gedrag van de autoriteiten aan Bureau jeugdzorg niet valt aan te rekenen, is onbegrijpelijk.
l)       Ten onrechte stelt de rechtbank dat de benodigde betekening ingevolge art 28 Brussel II Bis niet had hoeven plaats te vinden.

G.  Het Haags Kinderontvoeringsverdrag
a)     In het schrijven van 31 juli 2012 verklaart de Centrale Autoriteit dat uit Nederland “ontvoerde” kinderen alleen uit Duitsland mogen worden teruggeleid op basis van een bevel van de Duitse rechter na een teruggeleidingsprocedure.  
b)    De Centrale Autoriteit stelt dat het op de weg had gelegen van de Stichting Bureau Jeugdzorg om de teruggeleidingsprocedure te starten.
c)     De Duitse rechter is de enige bevoegde rechter, die beoordeelt , na het horen van de ouders en de kinderen, of er sprake is van ontvoering in de zin van art 3 van het HKOV, en of er sprake is van weigeringsgronden van 13 HKOV. Geïntimeerden hebben de gang voor de ouders naar Duitse rechter opzettelijk en wederrechtelijk belemmerd. Dat is onrechtmatig! En ook nu opnieuw en nog steeds proberen geïntimeerden de teruggeleidingsprocedure te vermijden door Europese Arrestatiebevelen uit te vaardigen en de verlenging machtiging uithuisplaatsing uit te laten spreken. Waarom wordt de teruggeleidingsprocedure niet aangevangen, als de ouders de kinderen eind september 2012 naar Duitsland zouden hebben ontvoerd. ? De ouders wensen vanaf het begin dat de hele zaak beoordeeld wordt door de Duitse rechter conform het HKOV en niet onderworpen te zijn aan de willekeur van Bureau Jeugdzorg en de officier van Justitie. Dat is zeer slecht voor de kinderen en onrechtmatig ouders en kinderen de toegang tot de bevoegde Duitse rechter te belemmeren.
d)    Uit de uitvoeringswet en uit het verdrag blijkt, dat de procedure ingevolge het HKOV boven de ten uitvoerlegging gaat van kinderbeschermingsmaatregelen en boven het uitoefenen van de strafvorderlijke bevoegdheden. Ten onrechte miskent de rechtbank dat.

H.  Het gerechtshof Leeuwarden 1 maart 2012
a)     Op 17 februari 2012 zijn de ouders - voor de eerste maal! – in verband met het door hen ingestelde beroep tegen de op 24 en 25 november 2011 door de Raad verzochte beschikkingen “gehoord” door een rechter, in casu het gerechtshof.
Ouders mochten alleen op vragen van de leden van het hof een gericht antwoord geven. Vader beschuldigde Bureau jeugdzorg van kinderontvoering en verweet dat er niets werd gedaan om ouders en kinderen weer met elkaar te verenigen. De gezinsvoogd gaf nooit thuis. Er was geen huisbezoek afgelegd. De kinderen waren niet onderzocht etc. Vader werd aangezegd, dat hij uit de zaal zou worden verwijderd als hij zijn mond niet zou houden.  Een van de raadsheren, mevrouw mr. M.P. den Hollander, gaf de ouders te verstaan, dat als zij niet zouden meewerken met Bureau Jeugdzorg, zij hun kinderen definitief zouden kwijtraken en ontheven zouden worden uit het ouderlijk gezag.
Dit soort opmerkingen geeft aan hoe ouders tegemoet worden getreden in kinderzaken. Het gelijk ligt altijd en bij voorbaat bij Bureau jeugdzorg en de Raad voor de kinderbescherming. Zowel een medewerker van Bureau jeugdzorg als een medewerker van de Raad hebben onafhankelijk van elkaar tegen de ouders en grootmoeder gezegd dat procederen geen zin heeft in verband met afspraken, die er zijn gemaakt tussen de rechterlijke macht en Bureau Jeugdzorg en de Raad. In beroep gaan wordt gezien als tegenwerken. De macht over de kinderen worden gebruikt om af te dwingen, dat ouders doen wat Jeugdzorg wenst en doet, zonder dat er ooit beoordeeld wordt op grond van feiten of de uithuisplaatsing en OTS of legitiem is en wat Bureau Jeugdzorg wenst en doet cq. niet doet wel in het belang is van de kinderen.
b)    Op 1 maart 2012 acht het gerechtshof Leeuwarden (LJN: BV9985, Gerechtshof Leeuwarden , 200.100.831/01, mrs. I.A.Vermeulen, M.P. den Hollander en G. Jonkman ) de rechtbank Groningen alsnog bevoegd op grond van art 8 Brussel II bis. De kinderen waren volgens het gerechtshof niet verhuisd naar Duitsland. Deze uitspraak kwam, nadat de beschikking van 14 december 2011 op 23 december 2011 ten uitvoer was gelegd en na de gedwongen terug keer van de kinderen naar Nederland. Er was noch door de Raad voor de Kinderbescherming noch door Bureau Jeugdzorg beroep ingesteld tegen de vaststelling, dat de kinderen naar Duitsland waren geëmigreerd. Het hof gaat er aan voorbij dat de kinderen in 23 december 2011 tot 27 december 2011 uit Duitsland waren weggehaald en ook dat de politie had vastgesteld op 25 november 2011, dat de woning in Stadskanaal ontruimd was en de kinderen ook niet bij grootmoeder zijn aangetroffen. Volgens het Hof van Justitie dienen alle omstandigheden bij de beoordeling van de woonplaats betrokken te worden en niet op basis van een eenzijdige en willekeurige selectie.
Het gerechtshof  is niet onpartijdig en eerlijk zoals bedoeld in art 6 EVRM en art 47 van het Handvest Deze uitspraak van het gerechtshof is nietig en onrechtmatig.

I.      De teruggeleidingsprocedure conform het HKOV
a)      Op 20 juli 2012 heeft de rechtbank Den Haag LJN:BX3679, FA RK 12-4503, zaaknummer 421543 (mr M.J. Alt-van Endt, I.D. Bellaart en J. Brandt) het op 19 juni 2012 ingediende verzoek van de ouders tot terug-geleiding van de kinderen naar hun woonplaats in Duitsland en nietig verklaring van alle beschikkingen afgewezen op de grond van de overwegingen in het  beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 1 maart 2012 als zouden de kinderen sedert 25 november 2011 in Nederland hun vaste woonplaats hebben en hebben behouden.
b)    In plaats van eerst de kernvraag in teruggeleidingszaken te beantwoorden of het weghalen van de kinderen uit Duitsland in december 2011 als ontvoering in gevolge het HKOV is te duiden verwijst de rechtbank die kernvraag naar de handelskamer van de rechtbank. De kinderen worden in strijd met HKOV ( middels een gedragsdeskundige) niet gehoord. De uitspraak is onrechtmatig, omdat de teruggeleiding niet kan worden afgewezen zonder een oordeel te geven of er sprake was van een ontvoering in de zin van art 3 HKOV en bovendien is het strijdig met het spoedkarakter dat teruggeleidingsprocedures ingevolge het verdrag hebben. Het stond onbetwist vast dat in strijd met het HKOV en in strijd met de uitvoeringwet HKOV (art 13) de kinderen zonder bevel van de Duitse rechter uit Duitsland waren teruggevoerd. Het stond derhalve onbetwist vast dat er sprake was van kinderontvoering in de zin van art 3 HKOV.
c)      De rechter geeft de ouders bij voorbaat ongelijk, volstrekt de feiten negerend. Er is sprake van rechtsweigering 13 EVRM en een verregaande mate van partijdigheid en flagrante schending van art 6 EVRM en 47 van Handvest.
d)    Op 29 augustus 2012 ( beschikking LJN:BX 8436, nr.200.110.550/01)  bevestigt het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank Den Haag wat de verwijzing naar een gewone civiele kamer, de afwijzing van de teruggeleiding en de afwijzing van de nietigverklaring van alle eerdere beschikkingen af .
Maar in tegenstelling tot de rechtbank en het gerechtshof Leeuwarden van 1 maart 2012 stelt het gerechtshof vast dat de kinderen in november 2011 naar Duitsland zijn verhuisd. Het gerechtshof weigert desalniettemin de bevoegdheid van de Groningse rechtbank in verband met de beschikkingen van 25 november 2011 en  van 14 december 2011 te toetsen aan art 5 Rv en art 265 Rv en art 8 van de Brussel II bis verordening.
Volgens het gerechtshof was het inleidende verzoekschrift op 22 oktober 2011 ingediend en mochten de ouders daarom niet in november 2011 naar Duitsland verhuizen. Die stelling berust niet op de feiten.  Op valse gronden wijst het Gerechtshof op voorhand en opnieuw, de kinderontvoering en het HKOV negerend, de teruggeleiding af. Vaststaat dat het verzoekschrift op  24 november 2011 was ingediend dus, nadat het gezin naar Duitsland was verhuisd. Het indienen van het verzoekschrift tot ots en uithuisplaatsing,  kan niet worden opgevat als verbod om naar Duitsland te verhuizen. De uitspraak is partijdig en onrechtmatig. Ook deze constitutieve werking van de indiening van een verzoekschrift tot ots en uhp kent de wet niet en is in strijd met het officiële beleid.

J.      HOGE RAAD
De Hoge Raad doet op 4 januari 2013 nr 12/02817 het cassatieverzoek tegen het arrest van het gerechtshof van 1 maart 2012 af op grond van art 81 lid 1 R.O.  Aan een dergelijke uitspraak kan niet de betekenis worden toegekend dat de Nederlandse rechter bevoegd is geweest met betrekking tot de beschikkingen van 25 november 2011 en 14 december 2011 en de navolgende beschikkingen, zoals de rechtbank ten onrechte doet. Het verzoek van de ouders dit cassatieverzoek tegelijkertijd te behandelen met het cassatieverzoek tegen de beschikking van het gerechtshof van 29 augustus 2012 wegens verknochtheid is door de Hoge Raad afgewezen.
De Hoge Raad heeft op 5 april 2013  12/04490 het verzoekcassatie tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag 29 augustus 2012 zonder motivering afgewezen op grond van 81 lid 1 R.O.
De Hoge Raad toetst niet meer of de lagere rechtspraak het recht juist heeft toegepast zoals oorspronkelijk de bedoeling van de cassatieverzoeken was. De Hoge Raad was benoemd door het Parlement met de opdracht er op toe te zien dat het recht wordt toegepast. Dat uitgangspunt is verlaten en cassatieverzoeken worden in behandeling genomen alleen voor zover daar door de Hoge Raad, gehoord het standpunt van de advocaat- Generaal mr. P Vlas, belang aan wordt gehecht.
De advocaat-generaal stelde zich op het standpunt dat de kinderen op juiste wijze uit Duitsland van hun ouders waren weggehaald, terwijl die kwestie nog onder de rechter was. Ook stelde hij dat de bevoegdheidsregels juist waren toegepast, terwijl hij kennis had van het arrest van 29 augustus 2012 dat op het tegendeel wees. Ten aanzien van de teruggeleiding beriep mr. P.Vlas zich er op dat mogelijkheid van cassatie was afgeschaft. Hij zag geen dusdanig principiële verweren dat tot cassatie moest worden overgegaan. De cassatiemiddelen deed hij af als onbegrijpelijk.
K.   Het vonnis van de rechtbank Den Haag heeft op 20 maart 2013 (LJN: BZ7380,  C/09/424946/ HA ZA 12 – 967) uitspraak gedaan.
Dit vonnis is het product van de beschikking van 29 augustus 2012 van het gerechtshof. De ouders zijn door de rechtbank en Hof gedreven in de handen van de Handelskamer met alle daaraan verbonden kosten, terwijl de uitkomst van tevoren al vaststaat ten faveure van de Staat en Bureau Jeugdzorg vaststaat.
De uitspraak van de rechtbank kan niet anders dan als rechtsweigering en partijdig worden gekwalificeerd. (Schending van art 13 EVRM art 6 EvrM en art 47 van het handvest) Bij voorbaat zijn ouders kansloos, omdat de rechtbank er van uitgaat  dat de afwijzing van de teruggeleiding en de afwijzing van de vordering tot nietig verklaring van alle beschikkingen en de bevoegdheid van de Groningse rechter, onaantastbaar zijn. Dit betekent dat er geen sprake kan zijn van een fair trial en een oordeel van een onafhankelijke rechter over de hoofdvraag namelijk “De verklaring voor recht , dat het weghalen van de kinderen uit Duitsland naar Nederland onrechtmatig is”.
De rechtbank verandert die rechtsvraag in de vraag of Bureau Jeugdzorg aansprakelijk is voor eventueel onrechtmatig handelen van de Duitse autoriteiten.
Het bewijsaanbod van de ouders wordt ongemotiveerd gepasseerd, omdat de rechtbank als vaststaand aanneemt in verband met de uitspraak van de Hoge Raad, dat er geen sprake is van ontvoering in de zin van art 3 HKOV uit Duitsland.
Het heeft er alle schijn van  dat appellanten bij de beoordeling van de rechtsvragen, die in belangrijke mate gaat over onrechtmatige rechterlijke uitspraken en onrechtmatige betrokkenheid van rechters en officieren van justitie bij kinderontvoering bij voorbaat geen kans hebben op een onafhankelijk oordeel door de nationale rechter.
Deze kwestie dient in zijn volle omvang als prejudiciële vraag te worden beoordeeld door het Europese hof van Justitie, waartoe ik nog een aantal overwegingen wil plaatsen.
A.     Bevoegdheid
a)     Met betrekking tot bevoegdheid geldt dat in gemelde internationale zaak op basis van de EU verordening Brussel II bis een keuze dient te worden gemaakt tussen het Nederlandse recht en het Duitse recht, tussen de Nederlandse rechter en de Duitse rechter. De bevoegdheidskwestie raakt de kern van de rechtsstaat en de internationale rechtsorde. Het standpunt van klagers is dat er sprake is van inbreuken op 6 en 7 van het Handvest en art 8 EVRM en art 5 van het EVRM. Inbreuken op die door die artikelen gewaarborgde rechten mogen alleen, indien de wetten, verdragen (het Eu-verdrag, HKOV) en EU-verordeningen zijn nageleefd. Dat is in deze kwestie niet het geval. Er is in strijd gehandeld met de belangen van de kinderen, wier toekomst op het moment dat de verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen werden ingediend, al in Duitsland lag. (art 24 Van het handvest) De Nederlandse rechter heeft ten onrechte rechtsmacht aangenomen in plaats van de zaak over te laten aan de Duitse rechter.
B.   De totstandkoming van de beschikkingen/ geen fair hearing/ geen toetsing van de gronden noch toetsing tenuitvoerlegging, onrechtmatige rechtshandhaving.
a)  Het elementaire recht om te worden gehoord in het kader van ernstig inbreuk op de vrijheid van de ouders en kinderen is geschonden. Het elementaire recht op een rechtmatigheidstoets van de uithuisplaatsing , binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke rechter is de ouders en kinderen onthouden en er ontbreekt ook in Nederlands rechtspraktijk ook een voorziening, waarbij binnen korte tijd na de feitelijke uithuisplaatsing de uithuisplaatsing op rechtmatigheid door een rechter wordt getoetst. (zie o.a. E.H.R.M. 7 juni 2011 S.T.S. tegen Nederland, no. 277/05 , zie EHRM 17 december 2002, appl. nr. 35731/97, paragraaf 92, Venema, EHRM). Brogan, EHRM 29 november 1988 A 1458).

b)  Het toekennen van constitutieve werking aan de beschikking machtiging uithuisplaatsing en het indienen van verzoekschriften is in strijd met het recht. Beschikkingen die niet vóór de tenuitvoerlegging bekend zijn gemaakt, laat staan betekend (zoals voorgeschreven art 5 R.O. , art 430 lid 3 Rv en art 3:40 e.v. Awb en art 28 Brussel II Bis).Hier is ook het beginsel zoals vastgelegd is art 7 van EVRM geschonden. Dit is een weergave van een algemeen beginsel voor de burger van rechtszekerheid en bescherming tegen willekeur van overheidsmaatregelen.

C.   Het proactief inzetten van strafvorderlijke dwangmaatregelen door het uitvaardigen van (Europese) arrestatie bevelen en zonder bevoegdheid binnendringen in woningen, het belemmeren in het aanwezigheidsrecht van de burgers bij zittingen is een onaanvaardbare inbreuk op het beginsel van art 47 van Het handvest op art 5 ,8 EVRM en 6 en 7 van het handvest.(art 10 en 12 ,15,16 Grondwet)
D.Het belang van de kinderen is op geen enkele wijze bij de besluitvorming, handhaving en tenuitvoerlegging van de maatregelen betrokken. Zij zijn niet bevraagd. Het Uno-verdrag betreffende bescherming van de rechten van het kind (IRVK) is in meerdere opzichten geschonden door geïntimeerden. Met name het ontduiken van de verplichting ingevolge het HKOV door geen teruggeleidingsprocedure te voeren dient onderwerp te zijn van een discussie bij het Europese Hof van Justitie.
Art 3, art 5 lid 3 en lid 4,  art 6 lid 1, art 7, art 8 lid 1 en 2 en art 13 EVRM, EG verordening 2201/2003 (Brussel II bis), Haags Kinderontvoeringsverdrag alsmede de art 6,7,15 lid 2, art 24, art 41, 45, art 47 ,49 en art 52 van het Handvest van de Grondrechten, het IRVK en het Unieverdrag zijn geschonden.
CONCLUSIE
 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2013 en het tussenvonnis van 4 februari 2013, rolnummer C/09/424946/HA ZA 12 - 967 tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden gewezen kunnen niet in stand blijven .
              Mitsdien het het gerechtshof  behage, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad,
het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2013 en het tussenvonnis van 4 februari 2013, rolnummer C/09/424946/HA ZA 12 - 967 tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden gewezen te vernietigen en opnieuw rechtdoende,  
A.   De gerelateerde schendingen van Unieverdrag, het handvest van de grondrechten , Brussel II Bis, Haag Kinderontvoeringsverdrag en de schendingen van het IRVK etc. voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie.
B.   In ieder geval vast te stellen bij arrest , uitvoerbaar bij voorraad, dat
                  I.            de kinderen onrechtmatig bij hun ouders in Duitsland in de periode vanaf 23 december 2011 tot 27 december 2011 zijn weggehaald en vervolgens op 27 december 2011 onrechtmatig zijn overgedragen aan de grens aan Bureau Jeugdzorg en de politie en vervolgens  de ouders en de kinderen onrechtmatig onderworpen zijn aan kinderbeschermingsmaatregelen en blootstelling aan (internationale) vervolging en dat geïntimeerden voor de schade daarvan aansprakelijk zijn.
               II.             alle beschikkingen vanaf 25 november 2011 houdende kinderbeschermingsmaatregelen/afwijzing van de verzoek tot teruggeleiding vervallen dan wel nietig te verklaren wegens ontbreken van (absolute en relatieve) bevoegdheid en wegens het niet voldoet aan de minimale eisen die ingevolge wetboek van Rechtsvordering en Rechterlijke organisatie, art. 6 EVRM en art 47 van het handvest en het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 en het Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) aan rechtspleging en kinderbeschermingsmaatregelen kunnen worden gesteld.
            III.            er geen behoorlijke toetsing conform art 47 van het Handvest, art 6 EVRM door een onafhankelijke rechter binnen een redelijke termijn (4 dagen)  na de inbreuken op de mensenrechten en met name de rechten van het kind heeft plaatsgevonden
           IV.             de Unie verordening 2201/2003 (Brussel II bis), de verordening 1348/2000 en HKOV en het Unieverdrag door Nederland niet, althans niet naar behoren zijn nageleefd.
              V.            de bemoeienis van mr. Flinterman, mr. Arlinghaus en de officieren van justitie de Vries en Severs bij het weghalen van de kinderen uit Duitsland en het uitvaardigen van (Europese) arrestatiebevelen en (het geven van toestemming tot) voor de inval en het binnen breken bij grootmoeder onrechtmatig is geweest.
           VI.            alle bemoeienis van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming niet gebaseerd is geweest op feiten en op wettelijke gronden en derhalve onrechtmatig is geweest
        VII.            de kinderrechtbeschikkingen geen werking kunnen hebben dan na betekening conform art 430 lid 3 Rv en de tenuitvoerlegging van alle beschikkingen in dezen onrechtmatig is geweest.
     VIII.            te bevelen, dat de staat alle arrestatiebevelen intrekt en dat geïntimeerden alle maatregelen staken om de kinderen uit Duitsland naar Nederland te brengen alsmede opdracht geeft aan justitie in  Duitsland en het Jugendambt alle opsporingsactiviteiten naar appellanten en naar de kinderen en iedere bemoeienis met de kinderen en appellanten te staken.
             Zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- voor iedere
 overtreding van het te geven bevel na betekening van het ten dezen te wijzen bevel.

           IX.            Geïntimeerden te veroordelen hoofdelijke tot vergoeding van alle schade, die appellanten als gevolg van het onrechtmatig optreden hebben geleden, nader op te maken  op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet

              X.            Geïntimeerden te veroordelen tot betaling aan appellanten, hoofdelijk,  als voorschot op de definitieve schadeloosstelling van  een bedrag van € 250.000,-

           XI.            Geïntimeerden te veroordelen in de kosten van de procedure

C.   Alsmede het gerechtshof bij wege van een voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad in afwachting van een definitieve beslissing van het gerechtshof
·   te bevelen, dat de staat alle arrestatiebevelen intrekt en dat geïntimeerden alle maatregelen staken om de kinderen uit Duitsland naar Nederland te brengen alsmede opdracht geeft aan justitie in  Duitsland en het Jugendambt alle opsporingsactiviteiten naar appellanten en naar de kinderen en iedere bemoeienis met de kinderen en appellanten te staken. Alsmede ertoe zorg te dragen dat de uitschrijving van het gezin uit het adres te Esterwegen ongedaan wordt gemaakt.
Zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- voor iedere overtreding van het te geven bevel na betekening van de ten dezen te wijzen spoedvoorziening

Met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van de voorlopige voorziening.

Deze spoedvoorziening is noodzakelijk, omdat de kinderen naar school moeten en het zeer schadelijk voor hun ontwikkeling dat de  kinderen niet naar school gaan, in voortdurende angst moeten leven dat ze opnieuw opgepakt worden en op transport naar Nederland worden gezet en geplaatst worden ver van hun ouders vandaan en in voortdurende angst moeten leven, dat de ouders worden aangehouden en overgeleverd aan de Nederlandse autoriteiten.  

Advocaat,

Mr. H.F.M. Struycken

Tot zo ver, met bewondering, waardering en dank, de motie van grieven van mr. Struycken.

'Slechte ouders'?
Ouders hebben getracht om hun gezin bij elkaar te houden, een gezin in stand te houden ondanks hun eenmalige felle ruzie. Zij worden opgejaagd alsof het misdadigers betreft…. BJZ wil koste wat kost het gezin splitsen door de kinderen onder te brengen in 3 pleeggezinnen die zo graag een kind willen.  BJZ wil de kinderen nog maar hooguit een paar uurtjes per maand hun ouders gunnen… 'in het belang van het kind' durven die dan ook nog te stellen….

Rest nog een vraag:

Wat heeft dit gedrag van BJZ-Groningen en het OM met 'jeugdzorg' te maken?

Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)


Nico Mul
     
meldpuntjeugdzorg@gmail.com




dinsdag 10 september 2013

Oproep i.v.m. FRAUDE door BJZ/ RvdK

Van Ilja ontving ik het onderstaande verzoek om brieven te sturen over uw ervaringen met jeugdzorg-instanties dan wel RvdK over leugens, lasterlijke uitingen, valselijke verslaglegging enz.  enz..
De advocaat van (de moeder van)  Ilja is een art. 12 Sv procedure begonnen bij het Hof te Arnhem.
Misschien is het handig een kleine uitleg te geven:
Als men als burger aangifte doet van strafbare feiten bij de politie dan wel (hoofd)Officier van Justitie komt het wel eens voor dat de aangifte min of meer rechtstreeks de prullenbak in gaat. Als men het daar niet mee eens is kan men, overigens zelfs zonder advocaat, een ‘beklag ex. Art. 12 Sv’ schrijven aan het Hof in uw arrondissement. In zo’n beklag geeft men aan waarom men het niet eens is met de seponering van de aangifte.  Feit is dat in 1996, volgens het IRM-rapport, maar liefst 99% van de beklagen ex art. 12 Sv verworpen werden… slechts 3 op de 300 werden gehonoreerd…
(Anders gezegd; de burger heeft altijd ongelijk….) Veel ouders krijgen ook te maken met gewoonweg FRAUDE en VALSHEID in GESCHRIFTE door jeugdzorg-instanties…. Ilja deed namens zijn moeder aangifte….

DE OPROEP van Ilja

In het aller begin van onze zaak heb ik namens mijn moeder en de kinderen aangifte gedaan tegen Bureau jeugdzorg van fraude en valsheid in geschrifte. De officier weigert echter tot vervolging over te gaan met een heeft zwak argument: kinderrechter is degene die verzoekschriften van BJZ moet toetsen niet OM. Oftewel de officier wilde niet eens moeite nemen om te kijken of BJZ strafbare feiten heeft gepleegd en besloot de aangifte meteen te seponeren.

Alleen tot ergernis van zo'n beetje iedere overheidsinstantie, van ons zijn zij niet zo makkelijk verlost. 

En dus is onze zeer sterke advocaat meester Skala een artikel 12 procedure gestart om het OM via de gerechtshof te dwingen tot vervolging over te gaan. 

Ik vraag alle slachtoffers van jeugdzorg ( alle er onder vallende toko's ) / RvdK een nette zakelijke brief te sturen gericht aan onze raadsman. Hij zal het in het geding brengen tijdens de zitting ( vermeld kenmerk: Antonova / Artikel 12 ).

Adres:

Mr. R. Skala

In het brief kunnen jullie een voorbeeld opgeven hoe Jeugdzorg / RvdK zich schuldig maakten aan fraude, valsheid in geschrifte en voor wat voor ellende het in jullie situaties zorgde. 

Zo zullen de raadsheren zien dat er een grote draagvlak bestaat voor het vervolgen van deze instanties voor het door hun gepleegde strafbare handelingen. 

En zodra wij een vervolging van BJZ afdwingen zal ervaring in onze zaak als voorbeeld kunnen dienen in toekomstige aangiftes tegen deze instanties. Onze volksvertegenwoordigers lopen van daken af te schreeuwen dat iedereen in dit land gelijk is en gelijk behandeld zal worden, deze uitspraken zullen in deze artikel 12 procedure aan een test worden onderworpen. 

Laten wij samen er voor zorgen dat Jeugdzorg / RvdK terecht zal staan voor al het door hun kapot gemaakte mensenlevens en verscheurde gezinnen.

Artikel 12 zittingen zijn meestal openbaar, dus zodra er een datum wordt bekend gemaakt zal het ook op deze blog vermeld worden.

Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)
Nico Mul


meldpuntjeugdzorg@gmail.com

vrijdag 30 augustus 2013

De TRANSITIE: medische diagnostiek

PANDAS




Na de transitie wil de wetgever dat de O&K-adviseurs, dan wel 'generalisten' van de 'gecertificeerde instellingen' gaan bepalen welke jeugdhulp noodzakelijk is, met de vrijwillige 'drang' gevolgd door 'dwang' als men de vrijwillige drang weigert....De straf als u dit weigert en aantasting van uw privacy vindt? Uit huis plaatsing van uw kinderen....


Kort geleden zag ik in de reeks 'Mystery diagnosis', nu uitgezonden op TLC rondom 0.30 u, een documentaire over PANDAS. Getoond werd welke lijdensweg ouders en kind van ca. 7 jaar ondergingen. Het begon namelijk met vreemd gedrag van een kind na verhuizing. Het kind durfde niet meer in bed te slapen, vervolgens durfde hij niet meer normaal te lopen, maar moest hij springen met 2 benen tegelijk, daarna had hij het idee dat er stralen uit stopcontacten kwamen en men daar over heen moest springen, kortom: zeer bizar gedrag.... Ouders en kind werden door een psycholoog behandeld, er moest relatietherapie volgen, ouders moesten het gedrag van het kind accepteren enz enz. Tot ouders op het idee kwamen om eens het kind te laten onderzoeken door een echte kinderpsychiater. Die deed voor het eerst bloedonderzoek.... er bleken antistoffen tegen streptococcen in het bloed te zitten, wijzend op een infectie. De psychiater stelde antibiotica behandeling voor en het kind genas, zijn gedrag normaliseerde geheel. Er is geen aantoonbare hersenschade gebleven.
Het kind in kwestie, inmiddels een jaar of 18, kwam in de rapportage ook aan het woord over zijn gedrag van toen en het ervaren van zijn omgeving en over hoe het nu met hem is (goed).


Het verband met de 'jeugdzorg'
Binnenkort wordt het geacht dat de jeugdzorg in handen komt van de gemeenten en de 'diagnostiek' in handen van de 'O&K adviseurs' zonder duidelijke opleiding en gemeenteambtenaren met een 6 dagen cursus over diagnostiek...
In bovenstaande casus was de diagnostiek aanvankelijk in handen van een psycholoog die allerlei omgevingsfactoren onderzocht, zónder duidelijke diagnostiek aan het kind en later in handen van de kinderpsychiater (6 jaar opleiding tot arts en 4 jaar specialisatie psychiatrie + 1 jaar aanvulling kinderpsychiatrie!), die voor het eerst bloedonderzoek liet verrichten.
Let wel: streptococceninfecties komen veel voor, zowel bij kinderen als volwassenen!


Bovenstaand voorbeeld is er slechts één van de vele psychische afwijkingen met duidelijk medische oorzaak....


De zorg
HOEVEEL schade zal er binnenkort aangericht gaan worden als de diagnostiek en behandeling van kinderen als het om gedragsafwijkingen gaat in handen gelegd wordt van gewoonweg medische leken? Hoeveel vertraging zal er optreden eer een kind bij een echte psychiater komt? Komen hersentumoren (gaan ook vaak gepaard met gedragsveranderingen!) pas aan het licht als ze onbehandelbaar zijn geworden, omdat men eerst jarenlang ouders gaat 'behandelen' en kinderen in 'jeugdzorg-trajecten' gaat 'behandelen'? Moeten er eerst ongelukken gebeuren voor de politiek dit inziet? (In bovenstaand voorbeeld: de opgetreden hersenbeschadigingen hadden on-omkeerbaar kunnen worden.  Gelukkig is het kind hersteld na enige jaren.)


Ik ben, juist door deze rapportage, gesterkt in mijn mening om de zorg voor de jeugd in handen te laten blijven van de huisarts op de eerste plaats, die zo nodig doorverwijst naar welke deskundige ook, met respect en in overleg met ouders en kind.


Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)
Nico Mul, arts
meldpuntjeugdzorg@gmail.com

dinsdag 27 augustus 2013

De 'zaak Ilja', een update in ONrecht

Langere tijd heeft u op deze blog niets meer vernomen over 'Ilja' en dan bedoel ik niet die jongen die het zo opneemt voor zijn moeder, broer en zus maar bedoel ik die 2 kinderen die inmiddels al meer dan een jaar op grond van onzinnige redenen van hun moeder en familie gescheiden worden en opgesloten zitten in 'jeugdzorg' (Entrea). Eerder schreef ik over een 'merkwaardige rechtsgang'... en een 'update in recht'. Beter zou zijn om nu een subtitel te maken als 'aparte rechtsgang voor jeugdzorg' of gewoonweg ONRECHT.....


Moeder heeft over de 2 verzoeken UHP beide keren in hoger beroep gelijk gekregen, de kinderen MOESTEN terug van het Hof op 22-05-2013. Normaal zou men denken dat de kinderen dan ook terug komen. Is men het niet eens met een uitspraak van een Gerechtshof, dan kan men alleen in cassatie bij de Hogere Raad. De Hoger Raad oordeelt dan net meer over de 'feiten' maar over de juiste toepassing van het recht en de rechtsgang.

In jeugdzorgland ligt dat anders: De Raad voor de Kinderbescherming, die eerst volledig overbodig geacht werd in deze zaak door zowel BJZ als later het Leger des Heils, komt op 23-5-2013 met een 'verzoek tot spoedmachtiging UHP'... De (lagere) rechter wijst dit toe voor 3 maanden en de kinderen komen niet terug... Er volgt ook een spoedappèl bij het Hof. Tijdens die zitting blijkt dat er nieuwe argumenten zijn om de tweeling niet terug te plaatsen: ze zouden 'mishandeld worden door een onbekende in het huis van moeder'... Wie dat zou zijn weet niemand en er is ook niemand... mogelijk een huis-spook? De uitspraak van dit appèl moet nog komen...
Ondertussen heeft de RvdK niet stil gezeten en doet alvast een 'verzoek verlenging mUHP voor 1 jaar'.... en dat werd afgelopen week, zonder enige ogenschouw op juiste feiten, toegewezen....

Moeder zou 'niet meewerken aan de hulp'. Welke 'hulp' wordt niet verteld, maar een feit is dat sinds de UHP van de kinderen BJZ noch LdH noch RvdK iets gedaan hebben om te helpen tot die kinderen 'veilig thuis' zouden kunnen komen.
Vreemd is dat Ilja, zoon van die zelfde moeder, een keurig opgevoede jongen is die diverse talen spreekt, zeer correct overkomt en een VWO-opleiding heeft gehad.... toch wel netjes voor die 'gevaarlijke moeder'.... (en dat zónder BJZ!)


Afgelopen weekend hebben er 2 artikelen in de Telegraaf gestaan over deze zaak. Vreemd komt mij over waarom geen enkele journalist aan BJZ of LdH gevraagd heeft 'welke hulp heeft u gegeven, mede gezien uw wettelijke verplichting volgens art. BW1:257 om alles in het werk te stellen kinderen weer thuis te plaatsen? Mocht deze vraag niet gesteld worden, omdat uit het correcte antwoord ('niets gedaan') zou blijken dat BJZ écht een organisatie is die alleen uit is op het wegroven van kinderen met wettelijke (drog)redenen.


Over deze zaak is ongetwijfeld het laatste woord niet gezegd en namens Ilja en zijn moeder kan ik hier mededelen dat zij niet van plan zijn hun kinderen / broer en zus af te staan aan 'jeugdzorg' en moeder in die zin ook nooit zal meewerken om 'moeder op afstand' te worden!
Wordt vervolgd....


Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)

Nico Mul

meldpuntjeugdzorg@gmail.com





maandag 19 augustus 2013

ADHD: wat u niet verteld wordt!

Wat er niet gezegd mag worden is vaker belangrijker dan wat er wel gezegd is.
Zo ook in de uitzending van 'Hollandse Zaken' van 15-08-2013 over autisme, ADHD en andere etiketten.


Etiketten


Opvallend is dat de ene graag een etiket heeft, ook wel 'diagnose' genoemd, en de ander juist niet. Voorbijgegaan wordt aan het feit dat 'diagnosen' als ADHD, PDD-NOS, ADD enz. géén diagnosen zijn maar etiketten die geplakt worden op een aantal symptomen. Een kritische blik op die symptomenlijstjes leert dat iedere mens wel iets van allemaal heeft. Ik noem: 'wel eens druk', 'wel eens uitgelaten', 'trekt zich soms terug', 'soms snel afgeleid', 'trekt zich niets aan van zijn omgeving', 'onbegrip voor het gevoel van anderen'......enz. enz...


'Etiket' versus 'diagnose'


Als men een diagnose als diabetes heeft, weet men dat de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier niet voldoende insuline produceren en het suikergehalte van het bloed te hoog is. Zo is bij een maagzweer duidelijk sprake van een beschadiging van de maagwand, is die er niet, dan is er geen maagzweer.
Een 'etiket' (of label) als ADHD kan men opplakken op een ieder die een bepaald aantal symptomen zou hebben die op het aanvinklijstje staan... en je interpreteert zelf hoeveel.... Er is tot op de dag van vandaag géén hersenafwijking aangetoond, geen duidelijk 'substraat' van de ziekte of eenduidig beeld van ADHD. Zie bijvoorbeeld deze video over de psychiatrie, rondom 1.22. Een andere aardige video is de uitzending van Labyrint over 'De Bijbel van de psychiatrie', waar het ontstaan van Asperger en ADHD in 1994 genoemd worden. Ook is de psychiater Van Os duidelijk: 'geen wetenschappelijke basis' voor de 'diagnosen' in de psychiatrie. Sinds de DSM V zijn er nu ook 'diagnosen' die iedereen psychiatrisch ziek kunnen verklaren zoals 309.9 de 'aanpassingsstoornis niet nader omschreven!


Verzwegen


Maar nu waar het hier om gaat: in de hele uitzending heeft niemand 'geld' dan wel 'PGB' (Persoons Gebonden Budget) in de mond genomen. Angstvallig werd verzwegen dat scholen meer geld krijgen als ze meer 'zorgleerlingen' hebben. Hoe krijg je als school meer zorgleerlingen? Juist ja méér etiketten!
Ouders kunnen tot nu toe ook vaak een PGB krijgen, bedoeld voor 'inkoop van de zorg'. Veelal blijkt dat een bepaald gedeelte van het PGB niet exact verantwoord hoeft te worden. Ook kan men voor 'begeleiding eigen kind' een bepaald aantal zorguren claimen, tegen een bedrag in de grote-orde van ca. 50 €/uur. Zo'n PGB kan oplopen tot wel 2000-4000 €/maand per kind, afhankelijk dus van de zorgbehoefte. Dus: hoe meer etiket, hoe groter de 'zorgbehoefte', hoe meer geld.....

Ik vraag me hier af hoeveel mensen 'allergie voor spruitjes' zouden hebben als er een PGB voor te verkrijgen was bij deze 'diagnose'.... Hoe makkelijk er te frauderen valt met PGB's werd onlangs nog geïllustreerd in de raak rondom de 'Vrienden van Tom': meer dan 800.000 € geïncasseerd voor een rijk leven van de PGB-behartiger en aanvraagster van allerlei PGB's Zie de rapportage van omroep Flevoland van 19-07-2013 en dichtbij.nl van 20-07-2013...


Als het kind 18 is


Hoe kom je van de etiketten af? Problemen bij rijbewijs, verzekeringen enz. Dit is uitgebreid onder de aandacht gebracht en ga ik hier niet herhalen.


De kinderen van de kinderen


Als de 'zorgkinderen' eenmaal zelf kinderen krijgen, dan heeft dat meteen extra zorgen voor die kinderen: in menig BJZ-rapport staat immers vaak nog als zorgpunt als een ouder als kind zelf 'jeugdzorg' had... dat wordt gezien als 'bedreigende factor' in plaats van een pluspunt. Als BJZ immers zo'n goede zorg zou geven, zouden die kinderen later juist een soort super-ouders moeten worden... het tegendeel blijkt het geval, volgens BJZ zelf nog wel! De 'zorgen' blijven dank zij het Elektronisch Dossier, dat via een andere benaming toch is ingevoerd, bewaard tot 30 jaar na de 18e verjaardag van uw kinderen.


ADHD, waar komt het eigenlijk vandaan?


ADHD verscheen voor het eerst in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of psychiatric disorders) in 1994. Daarvoor bestond het niet....
Wat wel bestond was het MBD-kind: kinderen die druk gedrag vertoonden dan wel soms 'lastig' waren. Vele ouders vochten voor erkenning van de 'ziekte' MBD (Minimal Brain Disfunction) . In medische kring was dit een verzamelbegrip over kinderen die druk of lastig waren, maar waarbij geen duidelijke diagnose gevonden werd. In 1990 werd het etiket ADHD geplakt op MBD. Nadien heeft ook niemand meer wat vernomen over MBD. Bij toeval werd het gevonden dat Ritalin hielp om het drukke gedrag in te dammen. De bijwerkingen als afvlakking van emoties, vervroegde dementering, verslaving (Ritalin is een cocaïne product!) werden voor het gemak even vergeten.... De pillenindustrie had een afzetmarkt gevonden. Medisch gezien was dit een MEGABLUNDER. Zie Fernand Haesbroeck, een Belgische ziekenhuisapotheker, die hier diverse publicaties aan weidde. Aardig is ook de visie van andere medici.

Wat bij de 'diagnostiek' volledig vergeten werd was o.a. het aantal eisen en verwachtingen die ouders stelden aan hun kinderen (steeds meer zaken die 'moeten' als meer verenigingen lid zijn, computers, gamen en nu van alles met i-pad's en dergelijke) maar de rustmomenten verdwenen. Eten aan tafel en zonder televisie er bij wordt steeds zeldzamer... De meester verdween uit het onderwijs, de juf kwam. Vreemd dat jongens bij meesters vaak géén ADHD hebben en bij juffen wél... In dit verband is het proefschrift van mw. dr. A.J.M. Crott interessant: 'Van hoop des vaderlands tot ADHD-er. Het beeld van de jongen in de opvoedingsliteratuur.'. Mw. Crott beschrijft in haar dissertatie het feit dat jongens altijd druk geweest zijn, althans drukker dan meisjes, dat dit druk gedrag gewoonweg als 'typisch voor jongens' gewaardeerd werd en nu is ziekte 'ADHD' bestempeld is. Tevens stelt zij dat nu van jongens in feite meisjesgedrag (zacht, meegaand, rustig en lief) verwacht wordt en jongens in feite geen jongen meer mogen zijn (uitdagend, streken uithalen, stoer, ondeugend enz.) Zembla besteedde er al aandacht aan in de rapportage 'Etiket kinderen'.

Toen ikzelf in 1993 met echtscheiding te maken kreeg en me in de achtergronden van omgangsregelingen ging verdiepen bleek dat veel omgang vader-kind verboden werd op grond van 'het kind heeft ADHD'. Ik had toen de gedachte dat kinderen mogelijk onbewust hun woede en frustratie over het gemis van een ouder uitten in hun gedrag door 'lastig' te doen bij moeder, want zeggen dat ze vader misten mocht natuurlijk niet. 'Over vader wordt gezwegen' en 'anders wordt mama verdrietig, als ik zeg dat ik naar papa wil'. Ik heb mijn gedachten hier over in een brief voorgelegd aan de pas opgerichte Vereniging Balans die opkwam voor ouders van kinderen met ADHD.... Het antwoord dat ik kreeg was gewoonweg schokkend, min of meer: 'anders dan dat u van mening bent, heeft de vereniging een ander doel, namelijk het ontdekken van de kinderen met ADHD. Immers in de USA heeft 30 % van de schoolkinderen ADHD......'!!! Toen ik later het verenigingsblad in een openbare bib in handen kreeg wist ik waarom: de vereniging bestaat voor een groot deel uit therapeuten en ADHD-behandelaren (die vaak uit een PGB betaald worden!!!).... Het 'doel' de mogelijke oorzaken van druk gedrag wegnemen was niet belangrijk, neen, men moest 30 % van de schoolkinderen ook aan de Ritalin helpen.... Die kinderen moesten nog 'ontdekt' worden.... Zo werd mij duidelijk waarom op de basisschool van ca. 180 leerlingen waar mijn dochter naar toe ging 2x per jaar iemand van de Vereniging Balans 'voorlichting' kwam geven....


Ik hoop met dit artikel enige voorlichting gegeven te hebben over ADHD en de 'diagnostiek' daarvan.
Misschien is het handig om weer eens die spiegel uit de 70-ger jaren te voorschijn te halen waar boven stond: 'Ooit een normaal mens ontmoet?' en onderaan: 'En... beviel het?'....



Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)


Nico Mul

meldpuntjeugdzorg@gmail.com





donderdag 15 augustus 2013

PRAKTIJK VAN JEUGDZORG 12

In deze reeks zijn de meeste verhalen geschreven door de ouders zelf. In deze aflevering maak ik het mezelf makkelijk door eenvoudigweg te attenderen op een uitzending van Eenvandaag van 14 december 2013
Laura vertelt haar trieste verhaal heel adequaat, duidelijk en illustreert hoe je als kind lijdt onder een uit huis plaatsing. Je mag opeens 6 weken lang je ouders of familie niet zien of spreken..... iedereen die je in de steek lijkt te laten.... je ouders zijn opeens een gevaar...


Heel jammer in deze rapportage is dat Esther Eikelenboom zegt dat het wel een 100x per jaar voorkomt.......

Enige verdieping in de feiten en cijfers zou haar gesierd hebben:

– UHP komt ca. 12.000x per jaar voor.
– Een UHP kan nog steeds volgen op één anonieme (treiter-) melding bij het AMK of BJZ.
– Het buitensluiten van ouders gaat nog steeds op de zelfde wijze voort.
– Gemiddeld gezien worden kinderen in pleegzorg / jeugdzorg meer dan 100x zo veel mishandeld als dat het in een thuissituatie zou zijn.
– 'Seksueel misbruik is structureel binnen de jeugdzorg' (Rapport Samson)
– Ouders en kinderen komen nog steeds in een gigantisch slopend en veel geld kostend juridisch circus.
– Nog steeds worden zaken in het voordeel van ouders buiten dossiers gehouden en moeten ouders zich verdedigen tegen beschuldigingen die 'uit het niets' komen en vaak gebaseerd zijn op anonieme meldingen dan wel 'onderbuikgevoelens'. De voornaamste klacht van ouders die met jeugdzorg te maken hebben is immers 'waarheidsvinding'.
– Als er een onder toezicht stelling is, komt er ook u nog steeds geen hulp aan ouders en kind: er wordt alleen aangestuurd op 'kunnen we de kinderen UHP?

Ik raad  mw. Eikelenboom aan eens met ouders te gaan praten die met BJZ te maken hebben en een af en toe een blik op deze blog zou haar ook aan meer informatie kunnen helpen. Uiteraard ben ik ook zelf bereid haar van informatie te voorzien!

Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)


Nico Mul

meldpuntjeugdzorg@gmail.com





woensdag 14 augustus 2013

De wethouder voor betere jeugdzorg!

Politici hebben de maatschappelijke verantwoording voor vele zaken. Zo is er ook een wethouder verantwoordelijk  voor 'jeugdzorg'.  Pieter Hilhorst, de wethouder in deze van Amsterdam, betoogt dat het juist heel goed is dat wethouders de verantwoordelijkheid hebben voor de  'jeugdzorg', in ieder geval beter dan de artsen of ouders…

Hoe goed het gaat met politieke verantwoordelijkheid van wethouders hebben we de afgelopen jaren gezien. In de regel komen na de miskleunen de excuses, verkiezingen dan wel aftreden van wethouders en dan gaat men over tot de orde van de dag, meestal de waan van de dag. 

Om enige voorbeelden te noemen die de landelijke media haalden: de kosten van de 'Betuwelijn', het drama van de 'tunnels van de A73' die 3 jaar niet gebruikt konden worden, de 'Noord-Zuid lijn' in Amsterdam, het debacle van de reïntegratie op de arbeidsmarkt van WAO-ers het 'seksueel misbruik in de jeugdzorg' (rapport Samson), de mishandeling in de pleegzorg, het 'succes' van jeugdzorg (Rapport '909-zorgen' / de centra voor J&G) en vele andere zaken waar de politiek de verantwoording had. 

Nu de jeugdzorg jarenlang uitgedraaid is op een bodemloze put qua kosten en een zeer kind beschadigende instelling met als gevolg daarvan vele geruïneerde gezinnen, vele kinderen opgesloten in 'jeugdzorg' (Nederland is daar ook zelfs wereldkampioen in!) Alles onder verantwoordelijkheid van provincieambtenaren…  Maar in 2015 wordt het beter, 'de wethouder is verantwoordelijk'.

Het resultaat in eerste instantie: er wordt niet met ouders gepraat, huisartsen worden aan de kant gezet en kinderen krijgen geen recht meer op vrije toegang (dan wel via de huisarts)  tot echte deskundigen als kinderpsycholoog of kinderpsychiater… de 'O&K-adviseur' gaat dat als het aan P. Hilhorst ligt, bepalen… WIE is dat dan die O&K-adviseur? Nu: dat weet nog niemand, mogelijkerwijs een ex- BJZ-medewerker met een andere naam  (na 'kinderbeschermer', 'gezinsvoogd', 'zorg-regiseur' en 'jeugdbeschermer')
Het is naar mijn mening gewoonweg van de gekke dat een NIET-medicus, NIET psychiatrisch / psychologisch geschoold persoon, die niet beëdigd is, geen tuchtrecht kent, medische diagnostiek gaat doen en bepalen of uw kinderen een psychische ziekte hebben…. Alle problemen met de 'jeugd' worden automatisch gekenschetst als 'gedragsproblemen', psychiatrische stoornissen als depressie, schizofrenie, verslaving, komen niet meer voor na de 'transitie van de jeugdzorg'.

Het zal mij benieuwen of  Pieter Hilhorst zijn verantwoording neemt als zou blijken dat jeugdzorg gewoon op de zelfde voet verder wil gaan en er wederom geen feitelijke zorg wordt verleent om gezinnen in stand te houden, maar de uit huisplaatsingen gewoonweg verder gaan middels de 'afspraken met de jeugdzorg-aanbieders'. Hier het meest markante citaat van dhr. Hilhorst:
 'Juist een wethouder is goed. Die moet zich verantwoorden naar alle Amsterdammer, en iedereen die specifieke zorg heeft zal dit gewoon kunnen krijgen.'
Wilt u een en ander zelf zien? Zie het bericht van AT-5 van 12 augustus 2013

Zelf blijf ik van mening dat juist de ouders de spil van de jeugdzorg dienen te zijn, die in overleg met hun huisarts eventueel verwijzen naar maatschappelijke hulp/ vrijwilligers dan wel naar (kinder)psycholoog/psychiater indien er sprake is van ernstiger problematiek.
Dit idee doet recht aan ouders en laat gezinnen in stand. Voor de grote jeugdzorg met criminaliteit, verslavingen en dergelijke is er altijd nog de Raad voor de Kinderbescherming…. En als bijkomend voordeel in deze sombere tijden: BJZ is geheel overbodig en bespaart daarmee ca. 4 miljard euro's (zie mijn artikel 'méér bezuinigen')!


Ceterum censeo BJZ esse delendam (naar Cato Maior)

Nico Mul